Zoeken

Vul uw zoekwoord in
zoeken

Nieuwsbrief

Bent u in dienst van een gemeente en werkt u in het gemeentelijke sociale domein? Dan kunt u zich gratis abonneren op onze nieuwsbrief. Vul hieronder uw e-mailadres in!

aanmelden

Gemeenten overschatten zelfredzaamheid jongeren

Gemeenten hebben weinig zicht op jongeren uit de jeugdhulp zelf en overschatten hun zelfredzaamheid. Het principe één plan en één regisseur komt onvoldoende van de grond. Dat blijkt uit onderzoek naar continuïteit van ondersteuning van jeugdhulp naar volwassenenhulp in drie gemeenten door Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Beleid niet altijd praktijk
Uit de eerste fase van dit onderzoek bleek al dat maar een derde van de gemeenten een beleidsplan voor overdracht van jeugdhulp naar volwassenenhulp heeft, terwijl gemeenten verplicht zijn een dergelijk plan op te stellen. Voor de tweede fase van het onderzoek voerde Inspectie SZW casestudies uit rondom 15 jongeren in drie gemeenten. Die gemeenten zijn geselecteerd op good practices en hun aandacht voor continuïteit van ondersteuning in werk en inkomen. Maar beleid blijkt er niet altijd praktijk. Het is soms niet volledig ingevoerd of uitvoerenden kennen het beleid niet. Verder kennen gemeenten de problematiek van de jongeren, maar hebben ze nauwelijks zicht op de jongere zelf. Afdelingen Werk & Inkomen (W&I) vinden het lastig een overzicht te geven van namen van ondersteunde jongeren uit de jeugdhulp.


Overdracht zonder knip niet vanzelfsprekend
Het initiatief voor goede overdracht ligt vaak bij jeugdhulp. Zij kennen de jongeren en hun behoeften. Volgens de Inspectie is de overdracht die wordt geïnitieerd door jeugdhulp een belangrijke werkzame factor met de voorwaarde dat continuïteit van ondersteuning is gericht op zelfredzaamheid en participatie. De samenwerking tussen jeugdhulp en W&I moet wel tijdig tot stand komen, zodat toegang tot W&I zonder ‘knip’ in ondersteuning verloopt. Dat is niet vanzelfsprekend in de praktijk. Kwetsbare jongeren vinden W&I-procedures lastig. Het niet goed formuleren van de juiste hulpvraag kan ertoe leiden dat W&I hen wegstuurt. Jeugdhulpmedewerkers gaan daarom vaak mee voor een uitkeringsaanvraag. Na hun 18de jaar biedt jeugdhulp hen ook nog enkele gesprekken en ondersteuning aan en een mentor die hen tot 6 maanden later benadert en eventueel ondersteuning biedt. De jongeren zijn daar tevreden over.


Zelfredzaamheid onderschat
W&I blijkt zelfredzaamheid van de jongeren vaak te overschatten. Jongeren vinden het loket niet altijd goed bereikbaar en noemen contact leggen met begeleiders soms een probleem. Interventie en ondersteuning van medewerkers van jeugdhulp blijkt dan nodig. De algemene groepsbijeenkomsten of open spreekuren nodigen niet uit om over hun complexe problematiek te vertellen, aldus de jongeren. Dat zou wel moeten, want dan kan de gemeente de behoeften per jongere bekijken en maatwerk bij de ondersteuning plaatsvinden.


Eerder uitkering aanvragen
Gemeenten hebben zeker mogelijkheden, maar die worden voor de jongeren in het onderzoek niet altijd ingezet. W&I kan ondersteuning gericht op zelfredzaamheid en participatie al aan 16- en 17-jarigen aanbieden en zo een overgang creëren van ondersteuning door jeugdhulp naar ondersteuning door W&I. Jongeren zouden ook een maand voor ze 18 jaar worden een uitkeringsaanvraag kunnen indienen, zodat er geen knip in de (financiële) ondersteuning ontstaat. Een zoekperiode van vier weken voor zij zich bij W&I mogen melden voor een uitkering is voor jongeren met een verleden in de jeugdzorg niet altijd reëel. Ze begrijpen niet altijd wat precies van ze wordt verwacht. Dat kan ertoe leiden dat ze niet terugkomen voor een uitkering, buiten beeld raken en later, vaak met veel grotere problemen, terugkomen.


Weinig gebruik voorschot
Gemeenten bieden in hun beleidsplan wel ondersteuning aan, maar in de praktijk gebeurt dit lang niet altijd. In die eerste periode van 12 weken (inclusief 8 weken aanvraagverwerking) kunnen financiële problemen ontstaan, aangezien de jongere meestal geen inkomen of vangnet heeft, maar wel allerlei vaste lasten (huur, zorgverzekering) moet betalen. Zij maken dan in hoog tempo schulden. Gemeenten kunnen dit voorkomen door hen ter overbrugging een voorschot te geven, maar in het onderzoek maken gemeenten daar maar weinig gebruik van.


Eén plan en één regisseur
Belangrijkste uitgangspunten bij integrale ondersteuning zijn: één plan en één regisseur. Dat principe komt bij de drie gemeenten in de praktijk onvoldoende van de grond. Vaak vervult jeugdhulp een regieachtige taak zonder gezamenlijke afspraken daarover. De oorzaak van de soms gebrekkige samenwerking kan liggen aan beleid dat nog niet zijn weg vindt in de praktijk, tijdgebrek van klantmanagers of geen gemeenschappelijk beeld hebben van hoe die samenwerking eruit moet zien. Jeugdhulpinstellingen willen meer structureel overleg en casusoverleg met W&I, bijvoorbeeld via hulpvoortzettingsplannen. De verschillende betrokkenen rond de jongeren in het onderzoek blijken meestal een eigen plan op te stellen. Bij jeugdhulp staat het welzijn van de jongere voorop. W&I wil vooral het aantal uitkeringen zo laag mogelijk houden.


Bron: Binnenlands Bestuur

Week 6 2018

Bijlage: Inspectie SZW - Bijdrage Werk en inkomen aan integrale ondersteuning van jongeren uit de jeugdhulp die 18 worden

Titel

Beschrijving met een overflow momenteel. Misschien moer er een max aantal tekens komen? 87

<- open voor meer info