Zoeken

Vul uw zoekwoord in
zoeken

Nieuwsbrief

Bent u in dienst van een gemeente en werkt u in het gemeentelijke sociale domein? Dan kunt u zich gratis abonneren op onze nieuwsbrief. Vul hieronder uw e-mailadres in!

aanmelden

Cultuursensitieve zorg voor statushouders: in gesprek met Kommak

Interview van regiocoördinator Sanne Kos met de directeur van Kommak, Soheila Yousefi, en persoonlijk begeleider Letu Hailemariam. Kommak is gevestigd in Amersfoort en richt zich op Wmo ondersteuning aan migranten en vluchtelingen. We praten over cultuursensitief werken, hulpverlening aan Eritrese nieuwkomers en het denken voorbij protocollen: ’Als je dezelfde pijn hebt ervaren hoef je niet eens te praten om elkaar te begrijpen. Dan hoef je alleen maar in elkaars ogen te kijken om te weten wat de cliënt doormaakt.’

Wat was de aanleiding om te starten met Kommak?
Soheila Yousefi: ’Het reguliere zorg- en welzijnsaanbod sluit niet goed aan op de behoeften van migranten met een zorgvraag. Zorgorganisaties werken onvoldoende cultuursensitief of ze hebben een grote focus op taal in hun behandelingen. Veel zorgorganisaties verstaan onder cultuursensitief werken het volgen van een cursus of training door een migrant. Zonder het cultuursensitief werken daadwerkelijk toe te passen in de hulpverlening. Dat is problematisch voor cliënten met een migratieachtergrond. De ondersteuning of behandeling biedt dan geen oplossing voor de specifieke problematiek. Daarom ben ik dertien jaar geleden Kommak gestart, omdat er behoefte was aan een ander zorgaanbod voor deze doelgroep. Dat gevoel werd versterkt door mijn eigen ervaringen als vluchteling uit Iran, nu 32 jaar geleden.'


Wat doet Kommak precies?
Soheila Yousefi: ’Ik ben tegen een label en kaders, hoewel ik houd van protocollen voor houvast. Maar ik durf buiten de kaders te gaan bij het positioneren van deze organisatie. We zijn geen traditionele organisatie maar officieel vallen we onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en bieden we maatschappelijke ondersteuning. We zijn geen tweedelijns GGZ-organisatie, ook geven we geen traumabehandeling. In de zorg zijn vaak lange wachtlijsten of cliënten zijn nog niet klaar om een behandeling te volgen. Wij kijken dan samen met de cliënt wat we kunnen doen in het kader van begeleiding. Helaas is begeleiding vaak een aparte voorziening en komen mensen pas in aanmerking voor Wmo begeleiding na een GGZ behandeling. Terwijl je betere resultaten behaalt als de Wmo begeleiding en de GGZ behandeling parallel aan elkaar lopen. Gelukkig werken steeds meer GGZ instellingen met ons samen en kunnen wij een vangnet zijn voor de cliënt voor, tijdens en na de behandeling. De gedachte dat een GGZ behandeling een voorliggende voorziening is voor Wmo-ondersteuning is verkeerd en wij streven naar het gelijktijdig opstarten van de GGZ behandeling en Wmo-ondersteuning.’


Wat zijn de werkzame elementen in jullie aanpak?
Soheila Yousefi: ’Allereerst is onze insteek van cultuursensitief werken dat we een afspiegeling zijn van de Nederlandse samenleving en medewerkers in dienst hebben met een migratieachtergrond. Zij kunnen niet alleen met cliënten spreken in hun moedertaal maar hebben ook vergelijkbare ervaringen als onze cliënten, bijvoorbeeld een vluchtervaring. Dat is een belangrijke aanvulling op de professionele kwaliteiten en opleiding van onze medewerkers. Cultuursensitief werken is niet alleen een tolk inzetten, die het gesprek meestal letterlijk vertaalt. Wij vertalen vanuit beide culturen. Wij willen ook migranten een kans geven op betaald werk. Veel zorgaanbieders durven het niet aan om migranten in dienst te nemen vanwege een taalachterstand. Wij kijken vooral naar de kwaliteiten van medewerkers, niet of ze een licht of zwaar accent hebben.’


’Een ander belangrijk element van onze aanpak is de filosofie dat we bij het begeleiden van de cliënt niet vragen om de eigen identiteit af te leggen maar om een nieuw onderdeel aan de eigen identiteit toe te voegen. We ondersteunen onze cliënten bij het slaan van een brug tussen hun eigen ‘wij-cultuur’ en de Nederlandse ‘ik-cultuur’. Met behoud van de eigenheid van een cliënt. Onze cliënten verschillen natuurlijk van elkaar in vele opzichten, zoals opleidingsniveau, religieuze achtergrond en politieke voorkeur. Maar een overeenkomstig aspect die cliënten hebben is identiteitsproblematiek. Veel jongeren ontwikkelen identiteitsproblemen als ze een leeftijd bereiken van 18, 19 jaar. Ze weten dan niet meer wie ze zijn.’

Is het nodig een cliënt altijd te koppelen aan een professional afkomstig uit hetzelfde land?
Soheila Yousefi: ’Bij Kommak zijn wij ervan overtuigd dat dit van belang is, zeker bij de start van een traject. Daarom proberen we professionals uit verschillende landen waar vluchtelingen en migranten vandaan komen in dienst te hebben. Zoals Letu Hailemariam voor onze Eritrese cliënten. Het is ook voor mijn collega’s van Nederlandse komaf soms lastig om zich in te leven in de ervaringen van onze cliënten met een vluchtverhaal. Het zijn twee verschillende werelden. Als zij bijvoorbeeld van cliënten uit Afghanistan horen dat ze getuige zijn geweest van onthoofding of verkrachting door de Taliban dan zeggen ze: wat naar. Zij kunnen zich de pijn wel voorstellen maar begrijpen is een ander verhaal. Als je dezelfde pijn hebt ervaren hoef je soms niet eens te praten om elkaar te begrijpen. Dan hoef je elkaar enkel in de ogen te kijken.’


Letu Hailemariam is persoonlijk begeleider bij Kommak en van Eritrese komaf: ’Ik ben zeven jaar in Nederland en ik zit nog middenin het proces van integreren. Ik ben ook nog aan het leren. Voor mijn Eritrese cliënten voelt het goed dat zij hun ervaringen in vertrouwen kunnen delen met iemand die hetzelfde heeft meegemaakt. Nederlandse zorgverleners snappen vaak niet alles wat onze cliënten bedoelen, dat heb ik zelf ook ervaren. Het is voor mij ook lastig om mij in het Nederlands goed uit te drukken en mijn problemen onder woorden te brengen. Mijn cliënten kunnen hun problemen in hun eigen taal toelichten en specifiek vertellen wat er aan de hand is, dat werkt goed.’

‘Zorg voor en door migranten’: is het haalbaar om dit landelijk voor elkaar te krijgen?
Soheila Yousefi: ’Ik zie dat steeds meer gemeenten openstaan voor deze aanpak en daar ook in willen investeren. Ook omdat gemeenten merken dat ze met veel nieuwkomers niet goed kunnen communiceren en dat er meer nodig is dan alleen het inzetten van een tolk. Preventie is enorm belangrijk. We moeten niet iedere nieuwkomer labelen als cliënt en niet iedere vluchteling heeft een trauma. Maar elke nieuwkomer heeft wel een coach nodig. Daarom is het van belang dat we investeren in preventie want voorkomen is beter dan genezen. Wacht niet op een hulpvraag. Dat betekent investeren in hulpverleners die de taal van de cliënten spreken en kennis hebben van hun achtergrond. Het is denk ik van belang dat gemeenten niet wachten tot problemen zich ontwikkelen maar mensen actief benaderen. En bijvoorbeeld een cursus voor ouders inzetten over opvoeden tussen twee culturen.’


Momenteel is er veel aandacht voor Eritrese nieuwkomers. Wat zijn jullie ervaringen met Eritrese cliënten?
Letu Hailemariam: ’Mijn ervaring is dat Eritrese cliënten vaak te laat worden doorverwezen. Dan zijn de problemen, zoals schulden of burenproblematiek, vaak al groter geworden dan nodig door onbekendheid met deze doelgroep. De Eritreeërs die de laatste jaren zijn gevlucht naar Nederland hebben heel veel meegemaakt. Ze hebben vaak posttraumatische stress maar denken dat dit normaal is omdat veel mensen in hun omgeving dit hebben. Eritreeërs hebben weinig contacten met Nederlanders en gaan vooral om met mensen uit de Eritrese gemeenschap in Nederland. Daarnaast kunnen ze zich slecht uitdrukken door de taalbarrière. Zo raken Eritreeërs gestigmatiseerd. Bij veel van mijn cliënten zie ik dezelfde problematiek. Ze hebben stress en weten niet waarom ze stress hebben. Veel Eritreeërs hebben problemen met hun financiële administratie en bouwen schulden op. Ook zie ik mannen die hun uitkering uitgeven aan alcohol. Dat is geen gewoonte uit Eritrea maar een middel om de stress hier en ervaringen van de vlucht te vergeten. Buiten mijn cliënten om zie ik in mijn directe omgeving zeer jonge vrouwen die een klein kind hebben of zwanger worden. Daar maak ik mij zorgen over omdat in Nederland deze Eritrese vrouwen hun kind vaak alleen opvoeden, zonder steun van familie. Ze realiseren zich niet dat het krijgen van een kind lastig te combineren is met bijvoorbeeld het inburgeringstraject. Daar zouden ze meer informatie over moeten krijgen.’


Soheila Yousefi: ‘We zien dat er weinig passend aanbod is voor Eritrese nieuwkomers. Het is denk ik van belang dat gemeenten ruimte geven aan organisaties om innovatief aanbod te creëren voor deze doelgroep. Daarnaast vinden Eritrese cliënten moeilijk de weg naar de hulpverlening en komen vaak niet naar bijeenkomsten die gemeenten voor hen en andere nieuwkomers organiseren. Wij hebben goede ervaringen bij het organiseren van bijeenkomsten met een verplichtend karakter. Dan zetten we een foto van Letu op de uitnodiging en in het Tigrinya erbij geschreven dat de bijeenkomst verplicht is, dat geeft een goede opkomst.’

Welke boodschap zouden jullie gemeenten willen meegeven als zij bijvoorbeeld bezig zijn met inkoop van Wmo ondersteuning of jeugdhulp voor statushouders?
Soheila Yousefi: ’Durf buiten de kaders te denken en te doen. We zijn alleen maar bezig met verantwoording en onder welke potjes onze werkzaamheden vallen. Ga het integraal werken maar gewoon doen. Maak gebruik van de kennis en ervaringen van mensen met een andere achtergrond. Zet daarbij bijvoorbeeld sleutelpersonen in, niet alleen in de uitvoering maar ook in het nadenken over beleid. Creëer ruimte om verder te kijken dan het protocol om te zien dat elk persoon uniek is.’


Bron: Vereniging Nederlandse Gemeenten

Week 10 2018

Titel

Beschrijving met een overflow momenteel. Misschien moer er een max aantal tekens komen? 87

<- open voor meer info