14-02-2019

De wijkteambenadering nader bekeken

Wekelijks verschijnen er tal van rapporten met nieuwe cijfers over ontwikkelingen in het sociaal domein. Elke maand nemen wij één van deze rapporten onder de loep en lichten we de belangrijkste cijfers toe. Deze maand kijken we naar het onderzoek van het CPB over de inzet van (wijk)teams in de periode 2015-2017. Dit onderzoek laat zien dat het aantal cliënten in een Wmo-maatwerktraject is toegenomen met 14%. Deze toename is opvallend, omdat de Wmo 2015 de afschaling van dure vormen van ondersteuning als doel heeft. Veel gemeenten zetten de (wijk)teams juist in om die doelstelling te realiseren.

Bron: Centraal Planbureau, Den Haag 2018

Wijkteams leiden tot meer dure zorg
Het onderzoek laat twee belangrijke veranderingen in het zorggebruik sinds de decentralisaties zien. Ten eerste stijgt het aantal cliënten met een maatwerkvoorziening in zowel gemeenten met als in gemeenten zonder (wijk)team. Ten tweede stijgt het aantal cliënten sterker in gemeenten met wijkteams. Waar in gemeenten met alleen een Wmo-loket het aantal klanten toenam met 26%, nam dit aantal toe met 38% in gemeenten met wijkteams. Deze cijfers suggereren dus dat de inzet van wijkteams leidt tot meer doorverwijzingen.

Wel houdt het onderzoek rekening met het feit dat gemeenten met alleen een Wmo-loket een andere type gemeenten zijn dan gemeenten met (wijk)teams. Het voornaamste verschil is dat gemeenten met wijkteams groter zijn qua bevolkingsomvang en een kwetsbaardere doelgroep dienen.

Zorgprofessionals verwijzen sneller door naar de tweede lijn
Uit het onderzoek blijkt dat de stijging van het aantal cliënten met een Wmo-maatwerktraject vooral veroorzaakt wordt door gemeenten met (wijk)teams waarin zorgaanbieders zelf zitten. De achtergrond van de indicatiesteller lijkt dus een belangrijke rol te spelen. Zo blijkt dat een indicatiesteller met een ambtelijke achtergrond (in dienst van de gemeente) minder snel doorverwijst naar de tweede lijn dan een indicatiesteller met een zorgachtergrond.

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat een Wmo-consulent naast de belangen van de cliënt ook rekening houdt met de kosten voor de gemeente. Een zorgprofessional redeneert daarentegen vooral vanuit de belangen van de cliënt. Ook als dat betekent dat er dure tweedelijnszorg ingezet wordt. Een tweede verklaring is dat de zorgprofessional beter bekend is met de ondersteuning in de tweede lijn en daar sneller de oplossing zoekt. Verder kan ook het financiële belang van de moederorganisatie een prikkel zijn om door te verwijzen naar een maatwerkvoorziening. Zolang er in de tweede lijn per uur of per cliënt vergoed wordt, heeft de moederorganisatie immers baat bij een groot cliëntenbestand.

Verborgen problematiek zichtbaar maken leidt tot meer zorggebruik
Het onderzoek toont aan dat belangrijke uitgangspunten van veel (wijk)teams juist leidden tot een toename van het zorggebruik. Veel (wijk)teams streven naar een werkwijze die ‘outreachend’ is. Zij gaan in de wijk actief op zoek naar verborgen problematiek. In gemeenten die deze werkwijze toepassen wordt naar verwachting meer doorverwezen naar maatwerkvoorzieningen. Daarnaast werken veel (wijk)teams integraal. Die integrale aanpak kan ertoe leiden dat een professional eerder opschaalt om verergering van problemen te voorkomen.

Effecten op lange termijn
Het onderzoek van het CPB biedt gemeenten interessante inzichten in de eerste effecten van de inzet van (wijk)teams op het zorggebruik. Een vraag blijft nog wat mogelijke kostenbesparingen  op de lange termijn zijn. En wat de meerwaarde van (wijk)teams op andere gebieden is, zoals kwaliteit van de ondersteuning en dienstverlening. Er is nog verdiepend onderzoek nodig om dat te kunnen beoordelen.

Bron: CPB