08-11-2018Kosha's Kijk, oktober 2018

Naar een ‘beschermd thuis’: hoe (!) dan?

Afgelopen weken verschenen allerlei berichten in de media over vastlopende zorgketens door een groot tekort aan betaalbare woningen. De Federatie Opvang en RIBW Alliantie spraken (in hun brief aan de Tweede Kamer) over ‘stagnatie in de ambulantisering van de langdurige zorg door een gebrek aan passende huisvesting’.

Het was de commissie Dannenberg die in 2015 stelde dat mensen met psychiatrische en sociaal-maatschappelijke problemen hun zelfstandigheid vaker behouden (en ontwikkelen) als passende ondersteuning in de thuissituatie sneller beschikbaar is. Om dit te bereiken moeten gemeenten samen met andere partijen voldoende betaalbare woningen regelen. En die verantwoordelijkheid moet meer lokaal (bij iedere gemeente) komen te liggen en niet langer bij 43 centrumgemeenten.

Veel te weinig woningen

Om de door Dannenberg geadviseerde beweging van ‘beschermd wonen’ naar ‘beschermd thuis’ te realiseren moeten er wel voldoende woningen zijn. En daar gaat het nu mis, zo lijkt het. Niet alleen getalsmatig (het aantal woningen), maar ook kwalitatief (betaalbaarheid, aansluiting op behoefte). Door de krapte op de woningmarkt komen maar heel beperkt betaalbare woningen vrij. En bouwen kost tijd, veel tijd. En wie weet hoeveel woningen we precies nodig hebben?

Urgentie: van uitzondering naar regel

Veel gemeenten bieden mensen de mogelijkheid om met een urgentieverklaring voorrang te krijgen bij de toewijzing van een woning. Het beroep op die urgentieroute neemt toe en wordt steeds meer de hoofdroute. Amsterdam spande de kroon: in 2017 ging 44% van de sociale huurwoningen naar urgent woningzoekenden. Van werkelijke urgentie is hierdoor nauwelijks nog sprake, want ook de urgent woningzoekende moet nu lang wachten.

En dat zet ook het maatschappelijk draagvlak voor de urgentieroute onder druk: wie is nu meer of minder urgent? Moeten we statushouders geen urgentie meer geven? Zijn sociale huurwoningen op termijn nog wel toegankelijk voor ‘niet-urgente’ inwoners? Wat is eigenlijk de toekomst van de sociale woningbouw?

Het hebben van een urgentieverklaring is geen garantie meer dat een woning snel beschikbaar komt

Innoveren is hard nodig

Onder druk worden dingen vloeibaar en ontwikkelen gemeenten, samen met andere partijen, nieuwe oplossingen:

  • De gemeente Nieuwegein werkt aan de herontwikkeling van het voormalige stadskantoor. Over een paar jaar wonen er ruim 250 mensen: een mix van vluchtelingen, mensen uit de maatschappelijke hulpverlening en reguliere woningzoekenden uit Nieuwegein.
  • Of de gemeente Nijkerk, die kant-en-klare (en verplaatsbare) opstapwoningen ontwikkelde, in samenwerking met de plaatselijke woningcorporatie en bouwer Heijmans. De woningen zijn bedoeld voor statushouders en mensen met een urgentieverklaring.

En zo zijn er nog veel meer creatieve oplossingen. Wat te denken van de herontwikkeling van vastgoed door zorgaanbieders? En van slimme combinaties met woonruimte voor studenten? Zoals in Deventer, waar studenten en ouderen samenwonen en de studenten, in ruil voor het leveren van ondersteuning, lagere woonlasten hebben.

Gemeenten kunnen het!

Hoewel de uitdagingen groot zijn, zijn het wel bij uitstek de gemeenten die ze kunnen aanpakken. Door het sociale en fysieke domein, binnen en buiten het gemeentehuis, bij elkaar te brengen. Door richting te geven aan prestatieafspraken met woningcorporaties. En door ruimte en steun te geven aan nieuwe creatieve oplossingen. Soms kleinschalig, soms grootschalig. Maar dan moet er nu wel werk van gemaakt worden. Want de tijd dringt.