15-09-2020

Rutte III tot zover

Op 26 oktober 2017, een kleine drie jaar geleden, schoot het kabinet Rutte III uit de startblokken. Er stond een stevige rugwind in de vorm van een aantrekkende economie, groeiende werkgelegenheid, dalende werkloosheid en een teruglopend overheidstekort. Na jaren onder het strenge dieet van keukenmeester Schraalhans is er eindelijk weer investeringsruimte. Op Prinsjesdag 2020 blikt Nauturiaan Marcel Moes terug op de eerste 3 jaren van Rutte III.

Regeren in hoogconjunctuur
De koers van het kabinet is vastgelegd in een regeerakkoord met de welluidende titel ‘Vertrouwen in de toekomst’. De coalitiepartners VVD, CDA, D66 en CU schetsen in het regeerakkoord een beeld waarbij we vanuit het donker van de crisis in het felle zonlicht van economisch herstel stappen. Het optimisme spat van het papier. Het kabinet wil daarbij fors investeren in publieke voorzieningen met extra geld en menskracht voor veiligheid, onderwijs en zorg.

Al snel bleek echter dat het lastig is om te regeren terwijl het geld tegen de plinten klotst. Als gevolg van het begrotingsoverschot bleef er in 2018 3,7 miljard op de plank liggen. De euro’s kwamen sneller binnen, dan dat er plannen konden worden gemaakt. Ook de ideologische spagaat waarin de brede coalitie lag, maakte het niet makkelijk om gedragen investeringsplannen te maken.

Sluimerende ontevredenheid
Ondertussen werd de maatschappelijke roep om betere publieke voorzieningen steeds luider. In het onderwijs en de zorg schreeuwt men om personeel. Gemeenten moeten al jaren de klappen van de forse bezuinigingsagenda van het Rijk uitdelen en opvangen. Ze krijgen echter weinig ruimte voor eigen keuzes. Rechtbanken, advocaten en politie waarschuwen dat de rechtstaat in gevaar is door gebrek aan personeel en geld.

Dit probleem is in belangrijke mate de erfenis van jaren van achterblijvende salarissen van politiemensen, verplegend personeel en leerkrachten. Samengebalde ontevredenheid in de vorm van gele hesjes roerde zich in de straten. De kloof tussen mensen die mee doen of mensen die aan de zijkant van de samenleving staan groeide.

Donkere wolken
Ondertussen pakten zich donkere wolken samen boven de economische groei. We kwamen klem te zitten in klimaatdoelen, de voortdurende onzekerheid rond Brexit, de ‘America First-politiek’ van Trump en dan moest het ergste nog komen in de vorm van het coronavirus. Het perspectief op een zonnige toekomst kantelde hiermee volledig.

Corona dwingt het Kabinet tot forse ingrepen. Dat doet zij adequaat. Nederland gaat op slot en het virus lijkt onder controle. Veel van de controle is te danken aan de publieke sector. Zorgpersoneel werkt zich uit de naad, handhavers hebben hun handen vol, gemeenten steunen zzp’ers en ondernemers waar ze kunnen en onderwijzend personeel voorkomt dat het onderwijs volledig stil komt te liggen.

Schulden
Het begrotingstekort loopt weer op naar hoogtes zoals we die kennen uit de crisistijd die we net achter ons hadden gelaten. Minister Hoekstra maakt bekend dat de staatsschuld groeit naar zo’n 62% van het BBP in 2021.

Hiermee wordt het kabinet teruggeworpen in de tijd. De investeringsruimte die er in 2017 was, is volledig verdampt. Het is maar te hopen dat de publieke sector niet het kind van de corona-rekening wordt. Want als corona iets duidelijk heeft gemaakt is dat we als land gebaat zijn bij een sterke publieke sector.

Ambities
Rutte III heeft nog één jaar om haar ambities uit 2017 met de publieke voorzieningen waar te maken. De eerste signalen over de uitgelekte miljoenennota geven tot dusver weinig reden tot optimisme. De zorg kan een incidentele bonus tegemoetzien, maar het lijkt er op dat structurele investeringen in het publieke domein uitblijven. Een gemiste kans.