27-11-2018100 dagen later in ... Velsen

Vluchtelingen eerder aan de slag met vernieuwde aanpak

Het aantal inwoners dat gevlucht is uit een land met oorlog, dreiging daartoe, of waar grove schendingen van de mensenrechten plaatsvinden neemt toe. Het vinden van de juiste zorg en ondersteuning voor deze doelgroep is dan ook een serieuze uitdaging voor veel gemeenten. Laat staan het overzicht bewaren. Deze nieuwe inwoners horen vaak voor het eerst tijdens het ‘keukentafel gesprek’ termen als ‘meedoen’, doen wat je echt leuk vindt, betekenis geven aan je leven’.  Maar herkennen de gemeenten de ondersteuningsbehoefte van de doelgroep wel voldoende?

Weten gemeenten genoeg om het leven van vluchtelingen weer op de rit te krijgen? En dat terwijl hij net een serieuze reis heeft gemaakt om zijn eigen veiligheid te waarborgen. Of is de doelgroep aangewezen tot het “granieten uitkeringsbestand” omdat zij de eerste drie jaren dat zij in Nederland wonen de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen en ons keukentafelgesprek nog niet goed genoeg kunnen voeren. Waar ligt dit dan aan?

Wat is de aanpak van de gemeente Velsen?
De gemeente Velsen bekeek het van de positieve kant: zij hebben sinds de verhoogde asielinstroom in 2014, ongeveer 500 mensen die graag willen participeren, ontzettend graag willen meedoen en gedreven zijn om aan het werk te gaan. Daarom besloten zij extra aandacht te geven om de statushouders aan het (net)werk te helpen die zij zo hard nodig hebben om financieel op eigen benen te kunnen staan.

“Veel eerder dan voorheen, binnen acht weken na de huisvesting, wordt intensieve begeleiding gestart en maken we samen met de statushouder een persoonlijk integratieplan om hen weer zelfstandig mee te laten doen aan de samenleving. We lopen hiermee dus vooruit op de wetswijziging van Minister Koolmees”

Wethouder Marianne Steijn

Dat betekent een andere rol voor de lokale partijen in de Velsense samenleving. Met partijen uit informele en formele keten zijn nieuwe afspraken gemaakt over het inrichten van de sociale basis voor deze doelgroep. En was het ook nodig met sommige partijen de huidige samenwerkingscontracten anders in te richten.

Wat verandert er dan in Velsen?

Binnen acht weken worden Vluchtelingen in Velsen geholpen bij het op orde brengen van een aantal basiszaken (denk aan huisvesting, een uitkering, een huisarts en een zorgverzekering). Na acht weken start het tien-weekse participatieverklaringstraject (PVT). Het PVT wordt met maatschappelijke -, welzijns-, en gezondheidsorganisaties vorm gegeven. Na het PVT stromen statushouders direct in een traject voor meedoen of werk. Dit traject is specifiek afgestemd op de ondersteuningsbehoefte van de statushouder. En wordt verzorgd door aanbieders die veel ervaring hebben met het werken met deze doelgroep. Resultaat is dat de inwoners na zes (uiterlijk 12) maanden weten waar zij terecht kunnen en worden opgeleid voor werk of een passende arbeidsplaats. Gevolg: ze doen ervaring op en kunnen uitstromen uit de uitkering.

Wat is er dan nieuw aan?

Een jaarlijkse her-indicatie gesprek bij de sociale dienst kent Velsen niet. Consulenten voeren elke drie maanden een ontwikkelgesprek om de voortgang van de ontwikkeling van deze groep inwoners goed te kunnen volgen. Wanneer nodig worden ambities bijgesteld. Dit klinkt wellicht niet of nauwelijks vernieuwend. Toch is dat wel zo. De gemeente Velsen kent namelijk binnen een korte tijd haar nieuwe inwoners door en door. Om te weten wat de vluchteling nodig heeft, kan en wat hem écht drijft, zijn bepaalde communicatieve soft-skills nodig waar de taal nu eenmaal een grote barrière is.

“In de gemeente Velsen hebben we dit opgelost door het in dienst nemen van een tweetal tolken – die in eerste instantie een uitkering ontvangen bij onze gemeente, en al langer tijd aan de kant staan”

Beleidsadviseur A. Spiering.

Deze twee tolken spreken een aardig woordje Nederlands en helpen de consulenten van de gemeente Velsen en professionals uit de keten bij het eerste ‘keukentafel-gesprek’. En zij nemen allerlei klussen van onze consulenten uit handen, informeren de statushouder van te voren over het traject wat komen gaat en helpen in de administratie. Zij zijn echt een meerwaarde in het team geworden en bouwen op die manier werkervaring op. Het invoeren van deze nieuwe werkwijze was een enorme uitdaging. Consulenten moeten naast het integraal werken binnen de Participatiewet, de Wmo en de Jeugd nu ook specialisatie opbouwen op het ontwikkelpotentieel van deze nieuwe doelgroep. En dat is in een veranderende tijd best ingewikkeld.

“We hebben dan ook in het begin een by-pass ingevoerd om zoveel mogelijk nieuwe inwoners zelf te beoordelen en te bekijken welk traject richting meedoen of werk voor hen het beste past. Dat vraagt ook flexibiliteit van de aanbieders waarmee net een nieuwe overeenkomst is afgesloten. Door dit gezamenlijk te bespreken kom je al gauw tot mooie oplossingen. Ook als het traject niet past moet je dit als gemeente goed weten zodat je snel een andere oplossing kan aanbieden. Het vraagt dus ook vertrouwen en betrokkenheid van de professionals waarmee we een nieuwe samenwerkingsrelatie zijn aangegaan. Hoe we het nu hebben ingericht werkt het ontzettend goed.”  

Beleidsadviseur A. Spiering