Heroverwegen van gemeentelijke aanpak
Terwijl verantwoordelijke partijen, zoals het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), nog geen gezamenlijke lijn hebben vastgesteld, moeten gemeenten hun aanpak direct heroverwegen. Uit de bredere uitvoeringspraktijk komen daarnaast verschillende signalen en aandachtspunten naar voren over zorgvuldigheid, proportionaliteit en individuele beoordeling. Dat vraagt om weloverwogen keuzes, maar biedt ook ruimte om processen te versterken en te verduidelijken. Hier komt Nautus in beeld. Bij verschillende gemeentes ondersteunt Nautus gemeenten bij het maken van die keuzes.
Wat betekent dit voor Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en gemeenten?
DUO legt geen boetes meer op aan asielstatushouders
Sinds 4 februari 2025 legt DUO geen boetes meer op voor het niet naleven van de inburgeringsplicht door asielstatushouders. Het ministerie van SZW concludeerde dat deze sancties strijdig zijn met Europees recht, een oordeel dat de Raad van State vervolgens bevestigde.
Gemeentes mogen nog wel boetes opleggen
Gemeenten behouden formeel de bevoegdheid om onder de Wet inburgering 2021 boetes op te leggen op basis van artikel 22 (brede intake) en artikel 23 (meewerkplicht in het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). De recente uitspraak maakt deze bepalingen niet ongeldig, maar benadrukt wel dat besluitvorming uiterst zorgvuldig en individueel gemotiveerd moet plaatsvinden.
Omdat de boete voor het niet verschijnen bij de brede intake sterk lijkt op de eerder onrechtmatig bevonden DUO-boete, wordt geadviseerd hier zeer terughoudend mee om te gaan. Ook wordt onderstreept dat automatische of systematische sanctionering niet past binnen het Europese recht: boetes mogen alleen worden opgelegd wanneer sprake is van duidelijke verwijtbaarheid, een individuele beoordeling en een evenredige afweging.
Verschillende aandachtspunten in het landelijke gesprek
Binnen het landelijke gesprek over de toekomst van het boeteproces komen verschillende aandachtspunten naar voren:
Er wordt benadrukt dat boetes nog steeds kunnen worden ingezet, mits zorgvuldig en individueel onderbouwd.
Tegelijkertijd wordt gewezen op het belang van een helder handhavingskader voor gemeenten, nu andere uitvoerende partijen hun sancties hebben stilgezet.
Ook klinkt de zorg dat de huidige wettelijke bepalingen mogelijk te ruim zijn geformuleerd en daarmee opnieuw gevoelig kunnen zijn voor strijdigheid met het Europese recht.
Gemeenten bevinden zich hierdoor in een grijs gebied waarin zorgvuldigheid en individuele motivering cruciaal zijn, terwijl heldere landelijke kaders nog in ontwikkeling zijn.
Hoe verhoudt dit zich tot de Participatiewet?
De uitspraak van de Raad van State heeft géén invloed op de bevoegdheden binnen de Participatiewet. Inburgeraars met een uitkering kunnen nog steeds worden gekort wanneer zij niet voldoende meewerken aan hun traject, maar alleen na voorafgaande motiverende interventies en duidelijke communicatie over gevolgen.
Hierdoor ontstaat een verschil in handhaving tussen:
Inburgeraars mét uitkering: mogelijkheid om maatregelen op te leggen via de Participatiewet. Dit komt omdat maatregelen vanuit de Participatiewet worden ingehouden op iemands uitkeringing. Dit kan dus enkel als iemand een uitkering ontvangt. Echter is het niet wenselijk om onderscheid te maken tussen de twee groepen (wel en geen uitkering) en in het geval van boetes en maatregelen een rechte lijn aan te houden. Voor de onderdelen uit het inburgeringstraject legt men dus het liefst een boete op via de gemeentelijke boete.
Inburgeraars zónder uitkering: gemeentelijke boetes (voorlopig terughoudend vanwege juridische onzekerheid).
Wat kunnen gemeenten nu doen?
1. Terughoudend handhaven, maar niet stilvallen
Gemeenten worden geadviseerd om alleen te handhaven waar sprake is van aantoonbare verwijtbaarheid, zorgvuldig onderzoek en individuele motivering. Vooral bij de brede intake is grote voorzichtigheid geboden.
2. Motiverende en preventieve maatregelen versterken
Handhaving zou altijd een laatste redmiddel moeten zijn. In de landelijke discussies over de uitvoering van de Wet inburgering wordt benadrukt dat eerst ingezet moet worden op motiverende gesprekken, maatwerkafspraken en ondersteuning om praktische of persoonlijke belemmeringen weg te nemen. Door vroegtijdig in te zetten op begeleiding en duidelijke verwachtingen, kunnen gemeenten voorkomen dat een situatie escaleert tot een formele sanctie.
3. Werken met aangepaste beleidslijnen en verordening
Veel gemeenten passen hun verordening nog niet aan, in afwachting van landelijk handelingsperspectief. Maar ze kunnen wel al werken met interne richtlijnen waarin expliciet staat:
besluitvorming is individueel, nooit automatisch;
beoordeling van verwijtbaarheid en redelijkheid staat centraal;
eerst alternatieven inzetten voordat boetes worden opgelegd.
4. Gebruikmaken van bestaande instrumenten (bijv. Participatiewet)
Gemeenten kunnen blijvend inzetten op maatregelen binnen de Participatiewet voor bijstandsgerechtigden, waar de wettelijke basis op dit moment steviger is.
Tekst gaat door onder het blok.