Huidige situatie kent knelpunten
Op dit moment werkt de regio met twee afzonderlijke crisisdiensten. Eén crisisdienst richt zich op jeugdigen met opvoedkundige of LVB-problematiek en de andere op jeugdigen met GGZ-problematiek. Verwijzers moeten vooraf inschatten bij welke crisisdienst een melding thuishoort.
In de praktijk blijkt deze scheiding vaak niet goed aan te sluiten bij de werkelijkheid. Veel crisissituaties zijn complex en vragen om expertise vanuit meerdere disciplines. Crisisaanbieders gaven aan dat ongeveer de helft van de crisissen zowel opvoedkundige als GGZ-expertise vereist. Daarnaast verschillen de werkwijzen van beide crisisdiensten, wat voor onduidelijkheid kan zorgen bij verwijzers en betrokken professionals. Ook ontbreekt in de huidige situatie vroegtijdige, gezamenlijke beoordeling van een situatie. Hierdoor ontstaat het risico dat niet direct de meest passende hulp wordt ingezet.
Eén crisisdienst met één aanmeldpunt
Om deze knelpunten op te lossen is een integrale crisisdienst uitgewerkt. Met deze nieuwe werkwijze vormen aanbieders van jeugd- en opvoedkundige hulp, LVB-zorg en GGZ samen een crisisdienst met een telefonisch aanmeldpunt en een gezamenlijke werkwijze.
Bij melding van een crisissituatie vindt eerst gezamenlijke triage plaats. Wanneer sprake is van gecombineerde problematiek, beoordelen professionals uit verschillende disciplines de situatie samen. Indien nodig wordt ook een gezamenlijke crisisinterventie ingezet.
De integrale crisisdienst is 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar. Hierdoor is ook buiten kantoortijden specialistische expertise beschikbaar voor jeugdigen en gezinnen.
Ook beschikbaar voor jeugdigen die al in zorg zijn
Een belangrijke verandering met de nieuwe werkwijze is dat de expertise van de crisisdienst ook beschikbaar komt voor jeugdigen die al zorg ontvangen. Op dit moment kunnen deze jeugdigen vaak geen gebruikmaken van de crisisdienst, terwijl ook daar behoefte bestaat aan aanvullende expertise. In de nieuwe situatie wordt de crisisdienst buiten kantoortijden beschikbaar voor alle jeugdigen in zorg. Binnen kantoortijden blijft de inzet gericht op jeugdigen die hulp ontvangen van kleinere aanbieders, waarvoor niet verwacht kan worden dat zij zelfstandig een crisisdienst organiseren.