Next level ketensamenwerking in het sociaal domein? Zo dus.

Welke gemeente droomt er niet van? Een integrale benadering van het totale aanbod binnen het domein jeugd, Wmo en Participatiewet. Een benadering die het inkopen van een aanbod mogelijk maakt dat beter aansluit op de complexe ondersteuningsvragen van inwoners. Maar ook een die doublures voorkomt en aanbieders afrekent op het resultaat. In Velsen, Beverwijk en Heemskerk zijn ze in ieder geval klaar met ouderwetse P*Q-inkooptrajecten.

Op dit moment is er veel keuzevrijheid en geen strenge selectie bij het kiezen voor aanbieders. Er zijn gemeenten die veel aanbieders contracteren voor zorg en ondersteuning die vanuit de Jeugd, Wmo of Participatiewet wordt geleverd. Aanbesteden, Het Zeeuws model, bestuurlijk aanbesteden of Open House zijn hierbij veelgebruikte methodes.

In deze situatie laat de gemeente alle aanbieders toe die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Andere gemeenten kiezen ervoor om slechts bij een of enkele aanbieders zorg en ondersteuning in te kopen. Dit doen zij dan nog op de ‘ouderwetse’ manier: enkelvoudig of meervoudig onderhands, of Europees.

Next level, hoe kom je daar eigenlijk?

De gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk hebben een heldere ambitie op dit vlak: breng de ketensamenwerking naar een ‘next level’. Wij kregen de kans deze ambitie concreet te maken. Onze eerste vraag: waarom wil de gemeente haar aanpak veranderen? Wat gaat er dan nu niet goed? En hoe willen ze dat dan doen? En wat willen ze dan precies bereiken met de aanbieders en inwoners?

Aan ieder inkoopmodel zitten voor- en nadelen. Daarom is het verstandig om helder te hebben wat de inkoop- en onderhandelingsstrategie van de gemeente wordt. Welke kwaliteitseisen in het aanbod worden verwacht? Willen de gemeenten een kostenbesparing realiseren of dient er juist zoveel mogelijk keuzevrijheid te zijn voor inwoners. Waarbij de ondersteuning snel, eenvoudig en direct wordt geleverd?

Bij een eenvoudig en snel traject moeten gemeenten de kostprijs van aanbieders goed kunnen inschatten. Een te hoog tarief blaast teveel lucht in de markt, waardoor de financiële huishouding van de gemeente onder druk komt te staan. Bij een te laag tarief komen aanbieders in financiële moeilijkheden. Zo ontstaat het risico dat aanbieders concessies moeten doen die gevolgen hebben voor de kwaliteit van de dienstverlening.

Op basis van bovenstaande visie besloten de gemeenten tot een bestuurlijke aanbesteding.

De ambitie van Velsen, Beverwijk en Heemskerk

De gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk wilden in 2015 voor de markt hun aanbod huishoudelijke hulp uitbreiden. Een markt waarin flexibiliteit en de mogelijkheid van resultaatfinanciering eventueel ook op een andere manier georganiseerd en bereikt kan worden.

In die periode (2015-2016) was de markt onrustig, landelijk had de Code Verantwoordelijk Marktgedrag veel aandacht en daarnaast valt of staat een bekostigingssysteem met goede communicatie. Enerzijds richting inwoners en aanbieders en anderzijds voor de interne organisatie.

Bovendien werd het product Hbh in die tijd vooral gezien als het voorportaal van eventueel zwaardere zorg. Hbh sluit in die zin meer aan op ondersteuning in de vorm van preventieve en algemene voorzieningen.

Zo is onder andere ‘signalering’ binnen Hbh een activiteit die de inwoner vroegtijdig helpt bij het vergroten van het sociaal netwerk, het voorkomen van eenzaamheid en het versterken van de zelfredzaamheid én het op tijd inzetten van hulp om escalaties te voorkomen. Indien sprake is van signalering wordt rechtstreeks contact gezocht met het voorveld, waaronder welzijn, mantelzorgcentra en bijvoorbeeld vrijwilligersinitiatieven.

Uit onderzoek (in 2015) van de FNV Zorg en Welzijn blijkt dat de IJmondgemeenten (waaronder de gemeente Velsen valt) tot de 33% te behoren van gemeenten die juridisch goed en verantwoord beleid voeren ten aanzien van de huishoudelijke hulp. De gemeenten willen dit dan ook graag voor de toekomst duurzaam voortzetten.

“We willen als gemeente graag een goed opdrachtgever zijn. Daarom hebben we in de aanbesteding erg ons best gedaan voor een passend tarief voor de zorgaanbieders.

Dit zodat werkgevers op hun beurt de werknemers een loon kunnen betalen dat past in hun cao. Want zowel aanbieders als de gemeenten vinden het belangrijk dat gecontracteerde aanbieders hun werknemers goede arbeidsvoorwaarden en voldoende perspectief op scholing bieden.

Daarmee houden we de kwaliteit van hulp bij het huishouden op een goed niveau. Deze insteek is een solide basis voor duurzame samenwerking en voor goede zorg en ondersteuning in onze regio.” (wethouder R. te Beest (CDA)).

 

Van gemeentelijke droom naar werkelijk

In 2016 werd ik door de gemeente Velsen gevraagd hen te adviseren en te ondersteunen om bovenstaande ambitie tot leven te brengen. Destijds een ambitieus idee om de markt op geheel andere manier te benaderen. Om echt te weten te komen hoe zorgaanbieders te werk gaan, waar hun kracht ligt en hoe zijn hun steentje bijdragen aan het stimuleren van de zelfredzaamheid en eigen regie van de inwoners.

De onderhandelingen waren zowel voor de gemeente als voor de aanbieders soms ingewikkeld omdat er veel onduidelijkheid was over het hanteren van een juist tarief. Toch is het gelukt om met elkaar tot goede afspraken te komen die zowel voor gemeenten als de zorgaanbieders interessant genoeg zijn. Het geheim? Beide partijen waren bereid om een open, eerlijke en transparante dialoog te voeren.

Meer weten over dit project?

Laureen vertelt je er graag meer over.

Stuur een email